ECLI:NL:CRVB:2024:1835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Tijdens de procedure nam het UWV op 2 januari 2024 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar van appellant werd gegrond verklaard en het recht op uitkering ongewijzigd werd voortgezet per 1 augustus 2020.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellant, waardoor intrekking van het beroep gerechtvaardigd was.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant, vastgesteld op een totaalbedrag van €3.062,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €184. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.062,50 aan proceskosten en vergoeding van €184 aan griffierecht aan appellant.