Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1835

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 september 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
22/2390 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:108 AwbWerkloosheidswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Tijdens de procedure nam het UWV op 2 januari 2024 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar van appellant werd gegrond verklaard en het recht op uitkering ongewijzigd werd voortgezet per 1 augustus 2020.

Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellant, waardoor intrekking van het beroep gerechtvaardigd was.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant, vastgesteld op een totaalbedrag van €3.062,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €184. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.062,50 aan proceskosten en vergoeding van €184 aan griffierecht aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 25 september 2024
22/2390 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 juni 2022, 20/6656 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [gemachtigde] hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en op 2 januari 2024 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
2. Vastgesteld wordt dat het Uwv met de beslissing op bezwaar van 2 januari 2024 het bezwaar van appellant tegen het primaire besluit van 4 september 2020 alsnog gegrond heeft verklaard en het recht op uitkering van appellant op grond van de Werkloosheidswet ongewijzigd heeft voortgezet per 1 augustus 2020.
3. Aldus is aan appellant tegemoetgekomen. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, forfaitair vastgesteld en begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1) en € 1.312,50 in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift en 0,5 punt voor het geven van een zienswijze op de nieuwe beslissing op bezwaar met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1). Totaal € 3.062,50.
4. Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 184,- vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van in totaal € 3.062,50, te betalen door het Uwv aan appellant;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem betaalde griffierecht van in totaal € 184,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 september 2024.
(getekend) S. Wijna
(getekend) S.P.A. Elzer