ECLI:NL:CRVB:2024:1840
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit beroep in nadat het UWV op 7 mei 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
De zaak werd behandeld door de Centrale Raad van Beroep, waarbij het hoger beroep werd ingetrokken en appellant verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht in de proceskosten moest worden veroordeeld.
De proceskosten werden vastgesteld op €1.750,- voor rechtsbijstand, aangevuld met een reiskostenvergoeding van €183,60 en het betaalde griffierecht van €186,-. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van in totaal €1.933,60 aan proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek namens de Centrale Raad van Beroep op 18 september 2024.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar.