ECLI:NL:CRVB:2024:1841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant heeft zich op 5 februari 2018 ziekgemeld vanuit de WW en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV heeft bij verschillende besluiten vastgesteld dat appellant geen recht meer had op ziekengeld, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
Op 15 mei 2024 heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij het tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant met betrekking tot besluiten 2 en 3, waardoor de ZW-uitkering per 9 maart 2020 werd voortgezet. Appellant trok daarop het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek tot proceskostenveroordeling voor besluit 1 werd afgewezen omdat de gewijzigde beslissing op een andere datum zag dan het bestreden besluit 1. Voor besluiten 2 en 3 werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €5.372,- en het betaalde griffierecht van €232,- aan appellant. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 25 september 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht voor besluiten 2 en 3, het verzoek voor besluit 1 wordt afgewezen.