Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1844

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 augustus 2024
Publicatiedatum
30 september 2024
Zaaknummer
23/3097 AOW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen herzieningsuitspraak rechtbank in AOW-zaken

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de Sociale verzekeringsbank (Svb) inzake AOW. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege te late betaling van het griffierecht. Vervolgens verklaarde de rechtbank het verzet hiertegen ongegrond en wees een verzoek tot herziening af omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd.

Appellante was het niet eens met deze afwijzing en stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelt echter dat hij zich onbevoegd moet verklaren omdat het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep mogelijk is.

De Raad benadrukt dat hoewel hij doorgaans bevoegd is om kennis te nemen van hoger beroep tegen herzieningsuitspraak, dit niet geldt als het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, Awb, waartegen geen hoger beroep openstaat volgens artikel 8:104, tweede lid, Awb. Daarom is het hoger beroep niet ontvankelijk en verklaart de Raad zich onbevoegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

23.3097 AOW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2023, 23/678 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 29 augustus 2024
Zitting heeft: M.L. Noort, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: E.P.J.M. Claerhoudt
Ter zitting van 29 augustus 2024 zijn partijen niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 9 juni 2021. In een uitspraak van 16 februari 2022 heeft de rechtbank dit beroep, met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb, [1] niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht te laat is betaald. In een uitspraak van 3 november 2022 heeft de rechtbank het verzet hiertegen ongegrond verklaard. Appellante heeft vervolgens de rechtbank verzocht de uitspraak van 3 november 2022 te herzien.
De rechtbank heeft het verzoek om herziening ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft appellante geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb.
Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens.
De Raad komt tot het oordeel dat hij onbevoegd is van dit hoger beroep kennis te nemen. Vanuit het oogpunt van rechtsbescherming en rechtseenheid acht de Raad zich bevoegd kennis te nemen van een tegen een uitspraak van de rechtbank op een herzieningsverzoek ingesteld hoger beroep, ongeacht of de rechtbank inwilligend dan wel afwijzend op het desbetreffende herzieningsverzoek heeft beslist. Dit is anders als het herzieningsverzoek waarop de rechtbank heeft beslist betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:104, tweede en vierde lid, van de Awb. Daartegen kan geen hoger beroep worden ingesteld omdat aldus immers de door de wetgever bepaalde beperking van de hoger beroepsmogelijkheden zou worden doorbroken.
Het herzieningsverzoek waarop de rechtbank heeft beslist heeft betrekking op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Daartegen kan op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep worden ingesteld. Nu hoger beroep niet mogelijk is, zal de Raad zich onbevoegd verklaren.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt (getekend) M.L. Noort

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.