ECLI:NL:CRVB:2024:1844
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen herzieningsuitspraak rechtbank in AOW-zaken
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de Sociale verzekeringsbank (Svb) inzake AOW. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege te late betaling van het griffierecht. Vervolgens verklaarde de rechtbank het verzet hiertegen ongegrond en wees een verzoek tot herziening af omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd.
Appellante was het niet eens met deze afwijzing en stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelt echter dat hij zich onbevoegd moet verklaren omdat het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep mogelijk is.
De Raad benadrukt dat hoewel hij doorgaans bevoegd is om kennis te nemen van hoger beroep tegen herzieningsuitspraak, dit niet geldt als het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, Awb, waartegen geen hoger beroep openstaat volgens artikel 8:104, tweede lid, Awb. Daarom is het hoger beroep niet ontvankelijk en verklaart de Raad zich onbevoegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en wijst het hoger beroep af.