ECLI:NL:CRVB:2024:1853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage WIA-uitkering
Appellant was ziekgemeld met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheidspercentage van 59,54% vast. Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en hij meer beperkingen had, waardoor hij niet de geselecteerde functies kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij ook aanvullende informatie van behandelaars was betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde de urenbeperking van 6 uur per dag als passend, ondanks de psychische klachten en slaapproblemen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. De medische stukken overgelegd na de datum in geding waren niet relevant voor de beoordeling op die datum. De Raad concludeerde dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage juist had vastgesteld en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 59,54% blijft gehandhaafd.