ECLI:NL:CRVB:2024:1856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking incidenteel hoger beroep door college
Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in, maar trok dit bij brief van 29 april 2024 in. Betrokkene verzocht daarop om proceskostenvergoeding. Het college zag af van het indienen van een verweerschrift en het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:75 Awb Pro veroordeeld kan worden in de proceskosten wanneer het hoger beroep wordt ingetrokken. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, op 1 oktober 2024. Het college werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan betrokkene.