ECLI:NL:CRVB:2024:1864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid volgens Wet WIA per 23 november 2021
Appellante, die zich in 2018 ziekmeldde en een WIA-uitkering ontvangt, betwistte de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV. Het UWV had haar mate van arbeidsongeschiktheid per 23 november 2021 vastgesteld op 78,94%, gebaseerd op medische en arbeidskundige onderzoeken. Appellante stelde dat zij meer beperkingen heeft en de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de medische conclusies juist, ondanks de door appellante aangevoerde psychische klachten en aanvullende medische verklaringen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, onderbouwd met verklaringen van een GZ-psycholoog, psychiater en gynaecoloog. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze informatie onvoldoende aanleiding gaf om af te wijken van het UWV-besluit. De Raad onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling en bevestigde de vaststelling van 78,94% arbeidsongeschiktheid per 23 november 2021.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 23 november 2021 is terecht vastgesteld op 78,94% en het hoger beroep wordt afgewezen.