ECLI:NL:CRVB:2024:1866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA op 75,12% per 31 augustus 2020
Appellante was financieel datamanager en meldde zich ziek op 3 september 2018. Het UWV kende haar per 31 augustus 2020 een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 49,21%, later verhoogd naar 53,28% na bezwaar. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen. Het UWV stelde vervolgens de arbeidsongeschiktheid vast op 75,12%, gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en vond het medisch onderzoek zorgvuldig. Appellante voerde aan dat zij ernstige psychische en lichamelijke klachten had die haar arbeidsmogelijkheden beperkten, maar de rechtbank vond deze niet overtuigend genoeg om het oordeel van het UWV te wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid zorgvuldig heeft vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de WIA-uitkering blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 75,12% per 31 augustus 2020 blijft in stand.