Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
€ 437,50 in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het verzoek, wegingsfactor 0,5).
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem per 11 november 2019 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, en tegen de weigering van een ZW-uitkering per 16 december 2019. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde deze beroepen ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functies passend.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep een onafhankelijke deskundige benoemd die aanvullende beperkingen vaststelde, met name ten aanzien van enkelbelasting en lawaaibelasting, waardoor het merendeel van de geselecteerde functies niet geschikt is. De Raad volgt deze deskundige en oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
De Raad vernietigt de bestreden besluiten en draagt het UWV op nieuwe besluiten te nemen, waarbij beroep alleen bij de Raad mogelijk is. Tevens is de redelijke termijn met tien maanden overschreden, waarvoor een schadevergoeding van €1.000,- wordt toegekend, verdeeld tussen de Staat en het UWV. Daarnaast worden proceskosten aan appellant toegekend en vergoedingen voor griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de weigering van WIA- en ZW-uitkering en beveelt nieuwe besluitvorming met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.