Uitspraak
12 maart 2024, 23/1406
Centrale Raad van Beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende socialezekerheidsrecht heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard. Het beroepschrift bevatte geen gronden, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht verplicht is.
Appellante werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gronden alsnog binnen een gestelde termijn in te dienen. Ondanks uitstel en duidelijke waarschuwingen liet zij deze termijn voorbijgaan zonder nadere reactie. Er zijn geen redenen aangevoerd die een verontschuldiging voor dit verzuim vormen.
De Raad ziet zich daarom genoodzaakt het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling te verwerpen. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.D. Streefkerk en griffier A. Giesen op 3 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen binnen de gestelde termijn.