Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1883

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 oktober 2024
Publicatiedatum
9 oktober 2024
Zaaknummer
22/3240 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door UWV

Het UWV stelde hoger beroep in tegen een tussenuitspraak en einduitspraak van de rechtbank Rotterdam in een WIA-zaak. Betrokkene werd bijgestaan door een advocaat die een verweerschrift indiende. Vervolgens trok het UWV het hoger beroep in, waarna betrokkene verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het UWV het hoger beroep had ingetrokken en dat betrokkene daardoor redelijkerwijs proceskosten had moeten maken. Het UWV voerde geen verweer tegen de proceskostenvergoeding. Op grond van artikel 8:118 Awb Pro en overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd het UWV veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten.

Er vond geen zitting plaats omdat het onderzoek achterwege kon blijven bij intrekking van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 oktober 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

22/3240 WIA
Datum uitspraak: 9 oktober 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen tussenuitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2022, 21/2717 (aangevallen tussenuitspraak) en de einduitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 september 2022, 21/2717 (aangevallen einduitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. P.J.W. de Water, advocaat, een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft het hoger beroep ingetrokken.
Betrokkene heeft vervolgens verzocht om veroordeling van het Uwv in de proceskosten.
Het Uwv heeft hiertegen geen verweer gevoerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de kosten.
De Raad stelt vast dat het Uwv het hoger beroep heeft ingetrokken en dat betrokkene in verband met de behandeling van dit hoger beroep redelijkerwijs proceskosten heeft moeten maken.
Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in die proceskosten. De proceskosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het verweerschrift), voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2024.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) M.D.F. de Moor