ECLI:NL:CRVB:2024:1883
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door UWV
Het UWV stelde hoger beroep in tegen een tussenuitspraak en einduitspraak van de rechtbank Rotterdam in een WIA-zaak. Betrokkene werd bijgestaan door een advocaat die een verweerschrift indiende. Vervolgens trok het UWV het hoger beroep in, waarna betrokkene verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV het hoger beroep had ingetrokken en dat betrokkene daardoor redelijkerwijs proceskosten had moeten maken. Het UWV voerde geen verweer tegen de proceskostenvergoeding. Op grond van artikel 8:118 Awb Pro en overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd het UWV veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten.
Er vond geen zitting plaats omdat het onderzoek achterwege kon blijven bij intrekking van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 oktober 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan betrokkene.