ECLI:NL:CRVB:2024:1886
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en rentevergoeding na intrekking hoger beroep WIA-uitkering
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij appellante alsnog een IVA-uitkering met terugwerkende kracht is toegekend. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding en vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Raad heeft vastgesteld dat het UWV aan appellante is tegemoetgekomen door de uitkering toe te kennen met ingang van 31 oktober 2020. Op grond hiervan is het verzoek om proceskostenvergoeding en rentevergoeding gegrond. De Raad heeft de proceskosten begroot op in totaal €3.500,- en het griffierecht op €185,-. Tevens is de rentevergoeding toegewezen conform eerdere jurisprudentie.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente, de proceskosten van appellante in zowel beroep als hoger beroep, en het betaalde griffierecht. Hiermee wordt appellante financieel gecompenseerd voor de kosten en het nadeel dat zij heeft geleden door het eerdere besluit van het UWV.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten van €3.500,- en griffierecht van €185,- aan appellante.