ECLI:NL:CRVB:2024:1887
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het UWV nam op 16 mei 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet kwam. Hierdoor trok appellant het hoger beroep op 11 juni 2024 in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
Het UWV had geen bezwaar tegen de gevraagde proceskostenvergoeding en merkte op dat de proceskosten in eerste aanleg reeds waren vergoed. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV aan de bezwaren van appellant was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep, begroot op € 2.187,50 voor rechtsbijstand, € 60,- reiskosten en € 136,- griffierecht. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht na intrekking van het hoger beroep.