ECLI:NL:CRVB:2024:1888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet verstrekken gegevens ondernemingsactiviteiten
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en deed een aanvraag voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Het college verzocht hem om gegevens over zijn ondernemingsactiviteiten en inkomsten, maar appellant verstrekte deze niet. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan dat het college op de hoogte was van zijn activiteiten via een pilot voor economisch daklozen en dat hem geen verwijt kon worden gemaakt voor het niet verstrekken van gegevens. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt waarom hij de gevraagde gegevens niet kon verstrekken en dat het niet melden van zijn inkomsten een schending van de inlichtingenplicht is.
De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank die de opschorting en intrekking van de bijstand in stand hielden. Ook stelde de Raad vast dat het college niet in strijd met artikel 7:9 Awb Pro heeft gehandeld, omdat nader onderzoek na de hoorzitting geen nieuwe feiten opleverde die een hoorplicht zouden doen ontstaan.
De intrekking van de bijstand over de periode 1 mei 2019 tot en met 31 mei 2020 blijft gehandhaafd en appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van bijstand blijft in stand vanwege het niet verstrekken van gegevens over ondernemingsactiviteiten.