ECLI:NL:CRVB:2024:1901
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van inrichting en stoffering van haar antikraakwoning, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen omdat de verhuizing niet noodzakelijk werd geacht.
Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep ongegrond werd verklaard, heeft verzoekster hoger beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd om een voorschot op de bijzondere bijstand.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Het ontbreken van een eigen wasmachine vormt op zichzelf geen spoedeisend belang, zeker niet omdat verzoekster niet heeft gesteld dat zij niet kan gebruikmaken van alternatieven zoals een wasserette of hulp van familie.
Verder is vastgesteld dat verzoekster kan voorzien in haar levensonderhoud via een Ziektewetuitkering, aanvullende bijstand en toeslagen. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.