ECLI:NL:CRVB:2024:1906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing sollicitatie bij defensie na inhoudelijke beoordeling en terughoudende rechterlijke toets
Appellant, sinds 2002 werkzaam bij de Koninklijke Landmacht, solliciteerde in 2021 voor een functie bij de veiligheidsregio. De staatssecretaris besloot na zorgvuldige afweging om met andere sollicitanten in gesprek te gaan. Appellant stelde bezwaar in, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De rechtbank herstelde dit en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
Appellant voerde aan dat zijn sollicitatie niet inhoudelijk was behandeld, omdat hij geen ontvangstbevestiging, selectiematrix of afwijzingsbericht ontving. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan beoordelingsvrijheid heeft en de toetsing door de rechter terughoudend is, beperkt tot de vraag of het besluit redelijk is. De staatssecretaris motiveerde dat de voorkeur uitging naar sollicitanten met een andere rang binnen de krijgsmacht vanwege de samenstelling van het team en de regio.
De Raad oordeelde dat de sollicitatie van appellant wel degelijk inhoudelijk was beoordeeld en dat de motivering van de afwijzing voldeed aan de eisen van de terughoudende rechterlijke toets. De bezwaren van appellant over het ontbreken van formele communicatie waren onvoldoende om het besluit te vernietigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de afwijzing van de sollicitatie bleef in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de sollicitatie door de staatssecretaris wordt bevestigd en blijft in stand.