ECLI:NL:CRVB:2024:1909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AOW-pensioen wegens ontbreken verzekerde periode in Nederland
Appellante heeft een AOW-pensioen aangevraagd, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft dit verzoek afgewezen omdat zij nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en daardoor geen AOW-pensioen heeft opgebouwd.
Na bezwaar en een daaropvolgend beroep bij de rechtbank Amsterdam, die het besluit van de Svb bevestigde, stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Appellante voerde aan dat haar overleden echtgenoot verzekerd was voor de AOW in Nederland en dat zij ziek is en geen activiteiten kan ondernemen, waarbij haar echtgenoot haar onderhield.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet leiden tot een ander oordeel omdat appellante zelf geen AOW-pensioen heeft opgebouwd en geen rechten kan ontlenen aan de verzekerde periode van haar overleden echtgenoot voorafgaand aan het huwelijk.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Appellante krijgt geen AOW-pensioen en ook geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellante ontvangt geen AOW-pensioen.