Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1919

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
22/2726 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming UWV

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar gedeeltelijk aan zijn bezwaren tegemoet is gekomen. De rechtbank had al een proceskostenveroordeling uitgesproken voor verleende rechtsbijstand.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro bij intrekking wegens gedeeltelijke tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de kosten. Het verzoek van appellant om vergoeding van reiskosten gemaakt in de beroepsfase werd buiten de omvang van het geding geplaatst omdat appellant hiertegen niet was opgekomen in het hoger beroep.

Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor verleende rechtsbijstand begroot op €875,- en het betaalde griffierecht van €136,-. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd gedaan op 2 oktober 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €875 en het griffierecht van €136 na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

22/2726 WIA
Datum uitspraak: 2 oktober 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 juli 2022, 21/5847 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M. Ouwerkerk-Hoogendonk, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 8 november 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft zich kunnen vinden in een veroordeling in de proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 8 november 2023 gedeeltelijk aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Appellant heeft verzocht het Uwv te veroordelen in de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten voor verleende rechtsbijstand en reiskosten.
Omdat de rechtbank al een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken, bestaande uit de vergoeding van de kosten voor verleende rechtsbijstand, en appellant tegen dit onderdeel van de aangevallen uitspraak in zijn hoger beroepschrift niet is opgekomen, valt het verzoek van appellant om vergoeding van de in beroep gemaakte reiskosten buiten de omvang van het geding. Ook heeft het Uwv al besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden ingevolge het
Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 875,- (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,-) voor verleende rechtsbijstand.
Daarnaast moet het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 875-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin, in tegenwoordigheid van M. Reith als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2024
.
(getekend) M.E. Fortuin
(getekend) M. Reith