ECLI:NL:CRVB:2024:193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak ongegrond verklaard
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Raad van 7 december 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan en het hoger beroep niet tijdig was ingediend.
Appellante diende vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht om vrijstelling van het griffierecht, stellende dat zij weduwe is en over weinig middelen beschikt. De Raad oordeelde dat het verzoek om vrijstelling te laat was ingediend, namelijk pas bij het verzet en niet tijdig bij het hoger beroep.
Verder bleek dat de uitspraak van de rechtbank op 15 november 2021 per aangetekende post was verzonden, maar onbestelbaar retour kwam en daarna per gewone post werd verzonden, waarbij expliciet werd aangegeven dat de termijn niet opnieuw zou gaan lopen. Het hogerberoepschrift werd pas op 25 maart 2022 ingediend, wat na afloop van de termijn was.
Appellante gaf in het verzet geen verdere redenen voor de te late indiening. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.