ECLI:NL:CRVB:2024:1934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Tozo-uitkering wegens te hoog inkomen bevestigd
Appellant, een ondernemer in de cultuursector, diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo-2) voor de periode juni tot en met september 2020. Het college wees de aanvraag af omdat het gezamenlijke netto-inkomen van appellant en zijn partner hoger was dan de bijstandsnorm. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het college vooringenomen had gehandeld en het inkomen van zijn partner onjuist had berekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of het college vooringenomen had gehandeld en of het inkomen correct was vastgesteld. De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor vooringenomenheid en dat het college het inkomen juist had berekend, inclusief de correcte behandeling van reiskostenvergoeding, vakantietoeslag en de 13e maand.
De Raad benadrukte dat de Tozo een bijstandsregeling is bedoeld om zelfstandigen met een inkomen onder het sociaal minimum te ondersteunen en niet als verzekering tegen inkomensverlies. De afwijzing van de aanvraag blijft daarom in stand. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de Tozo-aanvraag blijft in stand wegens te hoog inkomen en geen bewijs van vooringenomenheid.