ECLI:NL:CRVB:2024:1950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, waarna het UWV op 28 maart 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep op 23 april 2024 in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV reeds kosten had vergoed in de bezwaarfase, zodat nu alleen de kosten in beroep en hoger beroep moesten worden beoordeeld. Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht werd een vergoeding van €1.750,- voor het beroep en €875,- voor het hoger beroep vastgesteld.
Daarnaast werden kosten voor een deskundigenrapport deels vergoed, waarbij administratiekosten werden uitgesloten. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werkzaamheden werden vergoed tegen het maximale uurtarief conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003, wat resulteerde in een totaal van €2.418,19 inclusief btw.
In totaal werd het UWV veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €5.043,19 plus vergoeding van het betaalde griffierecht van €186,-. De uitspraak werd gedaan door E.J.J.M. Weyers op 10 oktober 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht.