ECLI:NL:CRVB:2024:1954
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant werkte als schoonmaakmedewerker en meldde zich ziek met reumatische en spanningsklachten. Het UWV weigerde per 10 december 2018 een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten. Appellant voerde aan dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat het onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was en dat hij niet in staat was de Nederlandse taal te leren, waardoor de geselecteerde functies niet passend waren. De Raad benoemde een deskundige die concludeerde dat appellant op de datum in geding geen benutbare mogelijkheden miste en dat de aanvullende beperkingen medisch niet gerechtvaardigd waren.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% had vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen, het verzoek tot schadevergoeding werd verworpen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering toekomt omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.