ECLI:NL:CRVB:2024:1957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellante was ziekgemeld met zwangerschapsgerelateerde klachten en later met rug-, bekken- en spanningsklachten. Na een medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV werd zij geschikt bevonden voor haar eigen administratieve werk, waarna de ZW-uitkering per 16 augustus 2022 werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig en goed gemotiveerd was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten ernstig zijn en dat haar werk fysiek belastend is, maar kon dit niet met nieuwe medische stukken onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat appellante geschikt is voor haar eigen werk, mede op basis van haar eigen ingevulde vragenlijst waarin zij aangaf weinig fysieke belastingen te hebben. Het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de medische beoordeling.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.