ECLI:NL:CRVB:2024:1993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies WIA-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het Uwv, die per 26 november 2021 werd vastgesteld op 60,04%. Hij stelde dat zijn beperkingen, waaronder idiopathische hypersomnie en milde obstructief slaapapneusyndroom, onvoldoende waren meegenomen, waardoor de geselecteerde functies niet passend zouden zijn.
Na een aanvullend onderzoek en een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 10 januari 2024, stelde het Uwv de arbeidsongeschiktheid vast op 61,37%, met een aanvullende urenbeperking van maximaal vier uur per dag en 20 uur per week. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant.
De Raad vernietigt het eerdere besluit van 10 mei 2022 en verklaart het beroep daartegen gegrond. Het beroep tegen het gewijzigde besluit van 15 februari 2024 wordt echter ongegrond verklaard. De Raad oordeelt dat het Uwv de beperkingen van appellant juist heeft vastgesteld en dat de functies passend zijn. Tevens wordt het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het eerdere besluit wordt vernietigd en de vaststelling van 61,37% arbeidsongeschiktheid met passende functies blijft in stand.