ECLI:NL:CRVB:2024:1998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op datum aanvraag
Appellante vroeg op 15 december 2020 een Wajong-uitkering aan vanwege haar diagnose Multiple Sclerose (MS) en vermeend ontbreken van arbeidsvermogen. Het UWV voerde verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken uit en concludeerde dat appellante wel arbeidsvermogen had. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de zorgvuldigheid van de onderzoeken bevestigd. De Raad oordeelde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante op de datum in geding over arbeidsvermogen beschikte, ondanks haar medische beperkingen. De Raad nam daarbij mee dat MS een progressieve ziekte is en dat latere verslechteringen niet relevant zijn voor de situatie op de datum van aanvraag.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering blijft staan. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het bestaan van arbeidsvermogen op de datum van aanvraag.