ECLI:NL:CRVB:2024:2013
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te laat ingediend beroepschrift AOW-pensioen
De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende appellant vanaf 1 november 2019 een AOW-pensioen toe van 4% van het maximale pensioen. Appellant maakte bezwaar, waarna de Svb dit bezwaar gegrond verklaarde en het pensioen verhoogde naar 8% vanaf dezelfde datum. Appellant stelde vervolgens beroep in tegen deze beslissing, maar deed dit pas op 17 januari 2022, terwijl de beroepstermijn op 10 augustus 2021 was verstreken.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het te laat indienen van het beroepschrift en het ontbreken van verschoonbare redenen. Appellant reageerde niet op verzoeken om uitleg over het late indienen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad concludeerde dat appellant geen geldige gronden had aangevoerd om het verzuim te rechtvaardigen en ging daarom niet in op de inhoudelijke bezwaren over de hoogte van het pensioen.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige indiening van beroepschriften en de noodzaak om bij overschrijding van termijnen voldoende en overtuigende redenen aan te dragen om niet-ontvankelijkheid te voorkomen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te laat ingediend beroepschrift zonder verschoonbare redenen.