Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:2018

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
22/229 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 7 september 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De Raad stelde vast dat het UWV geen verweerschrift had ingediend tegen het verzoek om proceskostenvergoeding.

De proceskosten werden begroot op € 3.731,70, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, alsmede de kosten van een rapport van Houberg Advies B.V. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 185.

De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van deze kosten aan appellante en sprak de beslissing uit op 24 oktober 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 3.731,70 en griffierecht van € 185 aan appellante.

Uitspraak

22/229 ZW
Datum uitspraak: 24 oktober 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2021, 21/2540 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.S. Pot, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Op 7 september 2023 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift tegen het verzoek om vergoeding van de proceskosten in te dienen.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 7 september 2023 volledig aan haar bezwaren is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, in gevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 875,-) en € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift), in totaal € 2.625,-, voor verleende rechtsbijstand. Ook de kosten voor het in beroep ingediende rapport van Houberg Advies B.V., tot een bedrag van € 1.106,70 (inclusief omzetbelasting), komen voor vergoeding in aanmerking. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.731,70. Voor het vergoeden van kosten van de bezwaarprocedure bestaat geen aanleiding, omdat in de bezwaarfase niet om vergoeding van de kosten is gevraagd en ook niet is gebleken van kosten voor verleende rechtsbijstand.
Ook moet het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.731,70;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.D. Streefkerk, in tegenwoordigheid van L.B. Vrugt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2024.
(getekend) J.D. Streefkerk
(getekend) L.B. Vrugt