ECLI:NL:CRVB:2024:2018
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 7 september 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De Raad stelde vast dat het UWV geen verweerschrift had ingediend tegen het verzoek om proceskostenvergoeding.
De proceskosten werden begroot op € 3.731,70, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, alsmede de kosten van een rapport van Houberg Advies B.V. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 185.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van deze kosten aan appellante en sprak de beslissing uit op 24 oktober 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 3.731,70 en griffierecht van € 185 aan appellante.