ECLI:NL:CRVB:2024:2023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op eerdere afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2018 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat er geen aantoonbare beperkingen op achttienjarige leeftijd waren vastgesteld. In 2021 diende appellant een nieuwe aanvraag in met aanvullende medische informatie, maar het UWV concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die de eerdere beoordeling rechtvaardig zouden herzien. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze beslissing ongegrond en stelde dat de afwijzing niet evident onredelijk was.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep, maar bracht geen nieuwe gemotiveerde gronden aan. De Raad nam kennis van de door appellant overgelegde stukken, waaronder politiemeldingen en internetverwijzingen, maar zag hierin geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het besluit van het UWV.
De Raad concludeerde dat het niet is gebleken dat er sprake is van nieuwe feiten of een toename van beperkingen op de achttiende verjaardag van appellant, waardoor het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit terecht is afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit wordt bevestigd.