ECLI:NL:CRVB:2024:204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvragen om bijstand wegens betrokkenheid bij productie en handel in synthetische drugs
Appellanten hadden twee aanvragen om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen. Deze werden afgewezen omdat uit politie- en justitie-informatie bleek dat appellant betrokken was bij de productie en handel in synthetische verdovende middelen, met een wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim €1,8 miljoen. Appellanten leverden geen controleerbare administratie aan, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen.
De rechtbank Limburg had appellant veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor betrokkenheid bij amfetamineproductie. Ondanks verzoeken leverden appellanten geen inzicht in inkomsten of vermogen. De Raad oordeelde dat het college terecht van appellanten verlangde openheid over de financiële situatie, mede gezien het hoge bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel.
Omdat appellanten geen aannemelijk bewijs leverden dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden, bleef de afwijzing van de bijstandsaanvragen in stand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en appellanten kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvragen om bijstand wordt bevestigd vanwege onvoldoende inzicht in financiële situatie en betrokkenheid bij drugshandel.