ECLI:NL:CRVB:2024:2053
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 23 februari 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het UWV had geen verweerschrift ingediend en er vond geen zitting plaats.
De proceskosten werden begroot op € 1.750,- voor het beroep en € 875,- voor het hoger beroep, totaal € 2.625,-, inclusief vergoeding voor rechtsbijstand. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 185,-. De uitspraak werd op 30 oktober 2024 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep gedaan.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.625,- en griffierecht van € 185,- aan appellant.