ECLI:NL:CRVB:2024:2061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 41,61% en toekenning WIA-uitkering
Appellante was zorgverlener en meldde zich ziek met psychische klachten in januari 2016. Het UWV stelde aanvankelijk haar arbeidsongeschiktheid lager vast en weigerde een WIA-uitkering. Na bezwaar en aanvullend onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 41,61% per 4 januari 2018.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de geselecteerde functies ongeschikt voor haar waren vanwege haar psychische klachten en concentratieproblemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen haar belastbaarheid vallen. Het hoger beroep wordt verworpen en de toekenning van de WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 41,61% blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van 41,61% arbeidsongeschiktheid met toekenning van de WIA-uitkering blijft in stand.