ECLI:NL:CRVB:2024:2078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering terecht wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant werkte als chauffeur en meldde zich ziek met klachten aan knieën en schouders. Het UWV kende een Ziektewet-uitkering toe en stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 mei 2022 vast dat appellant belastbaar was met beperkingen. Een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies waarmee appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen, waarna het UWV de uitkering beëindigde per 10 juni 2022.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit, stellende dat de medische beoordeling onjuist was, met name over het reiken en de schouderklachten, en dat het Werkfit-rapport van november 2022 aantoonde dat hij niet kon werken. Ook stelde hij dat de functie van administratief ondersteunend medewerker niet passend was vanwege trappenlopen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, dat er geen reden was om beperkingen op het reiken aan te nemen of onderscheid te maken tussen linker- en rechterarm. Het Werkfit-rapport, opgesteld in het kader van re-integratie, bood geen aanleiding tot aanpassing van de FML. Ook was de functie van administratief ondersteunend medewerker passend, omdat trappenlopen geen kenmerkende belasting is.
Het hoger beroep werd verworpen, de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 10 juni 2022.