ECLI:NL:CRVB:2024:2084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens andere ziekteoorzaak en geen toegenomen beperkingen
Appellant was sinds 2010 werkzaam als preloader en meldde zich in 2015 ziek met diverse lichamelijke klachten. In 2017 weigerde het UWV een WIA-uitkering toe te kennen vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na meerdere procedures en ziekmeldingen volgde in 2022 een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
Een verzekeringsarts stelde vast dat appellant sinds 2022 nieuwe klachten had door een meningeoom, een andere ziekteoorzaak dan de eerdere klachten in 2017. De beperkingen uit de eerdere ziekteoorzaak waren niet toegenomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en de medische conclusies terecht waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Raad onderschreef de uitspraak van de rechtbank. De Raad concludeerde dat de nieuwe klachten niet voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak en dat er geen toename van beperkingen is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd wegens andere ziekteoorzaak en geen toegenomen beperkingen.