ECLI:NL:CRVB:2024:2085

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 november 2024
Publicatiedatum
7 november 2024
Zaaknummer
21/3196 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:64 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.

De Raad heeft een deskundige benoemd die een rapport heeft uitgebracht, waarop appellante een zienswijze heeft gegeven. Na de gewijzigde beslissing op bezwaar van het UWV heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek tot proceskostenveroordeling van het UWV toegewezen. De proceskosten worden begroot op €4.821,50, inclusief vergoeding van gemaakte reiskosten. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van €182,- vergoeden.

De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken op 6 november 2024. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren, waardoor het hoger beroep is ingetrokken en de proceskosten worden vergoed.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming aan de bezwaren van appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 november 2024
21/3196 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 16 juli 2021, 20/1092 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.P.J. Botterblom, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De zaak is op 15 februari 2023 ter zitting van de Raad behandeld. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Botterblom. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Smit.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst. De Raad heeft nadere vragen gesteld aan het Uwv, die het Uwv heeft beantwoord. Partijen hebben nadere reacties in gediend.
De Raad heeft vervolgens een deskundige benoemd. Deze deskundige heeft op 21 maart 2024 rapport uitgebracht. Appellante heeft een zienswijze op het rapport gegeven.
Het Uwv heeft op 9 juli 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 2 augustus 2024 heeft mr. Botterblom namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 9 juli 2024 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 9 juli 2024 zijn de kosten in bezwaar al vergoed. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 2.187,50,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het indienen van een reactie, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1) en € 2.625,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor het indienen van een reactie en 0,5 punt voor de zienswijze na verslag deskundigenonderzoek, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1). Daarnaast komen de in hoger beroep gemaakte reiskosten van in totaal € 9,00 voor vergoeding in aanmerking. Het totaalbedrag van de te vergoeden proceskosten bedraagt daarmee € 4.821,50.
Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.821,50;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 182,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van L.B. Vrugt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 november 2024.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) L.B. Vrugt