ECLI:NL:CRVB:2024:2088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Appellante, die sinds 2012 ziekgemeld is en eerder een WGA-uitkering ontving, heeft zich in november 2021 gemeld met toegenomen klachten. Het UWV heeft op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig rapport vastgesteld dat haar beperkingen weliswaar zijn toegenomen, maar dat haar mate van arbeidsongeschiktheid nog steeds minder is dan 35%, waardoor zij geen recht heeft op een WIA-uitkering.
De rechtbank Den Haag heeft het bezwaar van appellante tegen deze beslissing ongegrond verklaard, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de vastgestelde beperkingen als juist werden aangenomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar klachten en beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, onder meer door ADL-afhankelijkheid en hoge bloeddruk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV terecht heeft gehandeld, dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geen nieuwe medische informatie heeft aangeleverd die aanleiding geeft tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.