ECLI:NL:CRVB:2024:2117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging complexe Wmo-ondersteuning na een jaar
Appellant had een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor ondersteuning bij het huishouden. Na een melding in november 2020 en een ondersteuningsverslag werd een ondersteuningsarrangement toegekend voor de periode 2021-2025, met een tijdelijke complexe ondersteuning van één jaar bedoeld om appellant te activeren bij huishoudelijke taken.
Het college wijzigde het arrangement na bezwaar, waarbij de complexe ondersteuning werd beperkt tot één jaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de gezondheidstoestand van de partner niet relevant is en dat er geen indicatie is voor ondersteuning bij boodschappen of maaltijdvoorbereiding. Appellant kon deze taken deels door familie laten uitvoeren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden zonder nieuwe argumenten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank volledig en bevestigde het bestreden besluit. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak benadrukt dat het verschil tussen basis- en complexe zorg ligt in de wijze van zorgverlening en niet in het aantal uren. Complexe ondersteuning is tijdelijk en gericht op activering, en algemene voorzieningen worden als passend beschouwd indien niet gemotiveerd anders.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.