ECLI:NL:CRVB:2024:2128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die als callcentermedewerker werkte, meldde zich ziek wegens verslavingsproblematiek en depressie en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant 22,08% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af omdat dit onder de 35% grens ligt.
Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV bevestigden het oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en de medische beoordeling juist was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren zonder nieuwe medische informatie te overleggen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en zag geen aanleiding tot het benoemen van een medisch deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bleef van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.