ECLI:NL:CRVB:2024:2130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig medewerker vormautomaat, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage op 26,04% werd vastgesteld, onder de vereiste 35%.
Na bezwaar en beroep werden aanvullende medische onderzoeken uitgevoerd, waaronder een rapport van een deskundige psychiater die de beperkingen bevestigde. De rechtbank oordeelde dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 20 oktober 2020 juist en zorgvuldig was vastgesteld en dat er geen aanleiding was voor een extra medisch onderzoek naar de somatische klachten.
Appellant betwistte dit in hoger beroep en stelde dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden om de ernst van de somatische aandoeningen te beoordelen. De Raad volgde dit niet en vond dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen voldoende was en dat appellant geen nieuwe medische informatie had aangeleverd.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd blijft. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, waarvoor appellant een schadevergoeding van €1.500,- ontving.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.