ECLI:NL:CRVB:2024:2163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, voormalig transportmedewerker, ontving sinds 2014 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2022 stelde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en beëindigde de uitkering per 13 juni 2022. Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn psychische en fysieke beperkingen onderschat zijn, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde gronden aan en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige, wat werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV. De medische rapporten tonen geen aanleiding voor verdere beperkingen dan reeds vastgesteld. De arbeidsdeskundige bevestigt dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering per 13 juni 2022 wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.