ECLI:NL:CRVB:2024:2165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling van arbeidsongeschiktheid op 70,06% per 1 oktober 2020
Appellante was sinds januari 2018 ziekgemeld met psychische klachten en ontving aanvankelijk een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Na een herbeoordeling stelde het UWV het percentage per 1 oktober 2020 vast op 70,06%, wat appellante betwistte. Zij stelde dat zij meer beperkingen heeft dan door het UWV aangenomen en dat deze duurzaam zijn, onderbouwd met medische informatie waaronder een brief van haar verpleegkundig specialist.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV voldoende gemotiveerd en juist was. De rechtbank vond dat de nieuwe medische gegevens geen aanleiding gaven om de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan te passen en dat de beperkingen passend waren meegenomen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt dat de medische beoordeling zorgvuldig is uitgevoerd en dat het dagverhaal en de medische informatie geen aanwijzingen geven voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Ook is voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn. Omdat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is, komt de Raad niet toe aan de vraag naar de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.
Het hoger beroep wordt afgewezen, waarmee de verlaging van de WIA-uitkering en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 70,06% per 1 oktober 2020 in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellante per 1 oktober 2020 terecht heeft vastgesteld op 70,06%.