ECLI:NL:CRVB:2024:221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over maatwerkvoorzieningen individuele begeleiding op grond van Wmo 2015
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel om maatwerkvoorzieningen toe te kennen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het betrof individuele begeleiding licht en extra zwaar, en persoonlijke verzorging zwaar, met een beperkte looptijd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de verstrekte voorzieningen passend waren en dat de looptijd van drie maanden voor de extra zware individuele begeleiding voldoende was, mede omdat het college aannemelijk had gemaakt dat binnen die termijn professionele zorg kon worden ingeschakeld.
In hoger beroep stelde appellant dat hij ook in de periode van 15 oktober 2019 tot en met 23 februari 2020 recht had op individuele begeleiding extra zwaar. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concreet had onderbouwd waarom de verstrekte voorzieningen niet toereikend waren en dat de toeleiding naar professionele zorg binnen drie maanden redelijk was.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat bij nieuwe situaties nieuw onderzoek nodig is en dat verlenging van de voorziening mogelijk is indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.