Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:2243

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
27 november 2024
Zaaknummer
24/714 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het UWV heeft vervolgens op 19 juni 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante op 30 juli 2024 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Omdat het UWV de kosten in bezwaar reeds heeft vergoed, gaat het oordeel over de kosten die in beroep en hoger beroep zijn gemaakt.

De Raad stelt de proceskostenvergoeding vast op € 2.625,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, en veroordeelt het UWV daarnaast tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 188,-. De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek op 27 november 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.625,- en griffierecht van € 188,- aan appellante.

Uitspraak

24/714 ZW
Datum uitspraak:27 november 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
21 februari 2024, 23/6604 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. V.C.D. Klaassen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 19 juni 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 30 juli 2024 heeft mr. Klaassen namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 19 juni 2024 aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Omdat het Uwv de gemaakte kosten in bezwaar heeft vergoed, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,‑ in beroep (één punt voor het indienen van het beroepschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,-) en € 875,- in hoger beroep
(één punt voor het indienen van het hoger beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding voor de aan appellante door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand € 2.625,-.
Ook moet het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.625,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 188,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van A.M. Korver als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2024.