ECLI:NL:CRVB:2024:2264
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in WIA-zaak
Het UWV had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland in een WIA-zaak, maar heeft dit hoger beroep na behandeling op zitting ingetrokken. De wederpartij, een besloten vennootschap, verzocht daarop om vergoeding van de proceskosten die zij in hoger beroep had moeten maken.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan dat het hoger beroep intrekt, op verzoek van een partij in de proceskosten kan worden veroordeeld. De Raad stelt vast dat het UWV het hoger beroep heeft ingetrokken en veroordeelt het UWV daarom in de proceskosten van de wederpartij.
De proceskosten worden begroot op € 1.312,50, gebaseerd op het indienen van het verweerschrift en het verschijnen ter zitting, waarbij reeds een deel van de kosten was vergoed bij een eerdere uitspraak. De uitspraak is gedaan door rechter E.J.J.M. Weyers op 28 november 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.312,50 aan proceskosten aan de wederpartij na intrekking van het hoger beroep.