Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:2265

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 november 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
24/320 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar trok dit hoger beroep in nadat het UWV op 4 juni 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.

De Raad oordeelde dat het UWV, dat reeds door de rechtbank was veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep, ook in hoger beroep veroordeeld kan worden tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. Een vergoeding van kosten in de bezwaarprocedure werd niet toegewezen, omdat appellant daarin zelf heeft geprocedeerd en geen vergoeding had gevraagd.

De proceskosten in hoger beroep werden begroot op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, en daarnaast werd het door appellant betaalde griffierecht van € 138,- aan hem vergoed.

De Centrale Raad van Beroep sprak de beslissing uit op 28 november 2024, zonder zitting, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van genoemde kosten.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 875,- en het griffierecht van € 138,- aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 28 november 2024
24/320 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 december 2023, 23/2146 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. F. Çelen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 4 juni 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 2 augustus 2024 heeft mr. Çelen namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb staat dat het bestuursorgaan met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Dat geldt op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb ook in hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 juni 2024 aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Het Uwv is door de rechtbank al veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep. Appellant heeft verzocht om vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure en van het hoger beroep.
Appellant heeft in de bezwaarfase niet gevraagd om een vergoeding van kosten in bezwaar. Voor een vergoeding van de gemaakte kosten in bezwaar bestaat daarom geen grond. Overigens heeft appellant in bezwaar zelf geprocedeerd en is niet gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende kosten in bezwaar.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift).
Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 875,-;
  • bepaalt dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 november 2024.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) S. Pouw