Uitspraak
WIA-uitkering heeft toegekend.
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
WIA-uitkering is per 5 juni 2019 beëindigd omdat appellante na een herbeoordeling minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die sinds 2011 ziek is gemeld met lichamelijke en psychische klachten, ontving vanaf 2013 een WGA-uitkering. Deze uitkering werd per 5 juni 2019 beëindigd na herbeoordeling omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. In 2022 meldde zij zich opnieuw met toegenomen psychische klachten, maar het UWV weigerde een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen omdat er geen toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar was vastgesteld.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de deskundige, psychiater Van der Veer, ondanks dat hij niet meer praktiserend is, als deskundige kon worden aangemerkt. De Raad onderschrijft deze overwegingen en benadrukt dat het onderzoek via beeldbellen en het weglopen van appellante tijdens het onderzoek geen reden is om het onderzoek onzorgvuldig te achten.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen onderschat zijn, maar bracht geen nieuwe medische informatie in. De Raad concludeert dat het UWV terecht het recht op een nieuwe WIA-uitkering heeft geweigerd, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar.