ECLI:NL:CRVB:2024:2281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens clusterhoofdpijn en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering toe te kennen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) als voldoende werden beschouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek via beeldbellen onvoldoende was en dat zijn beperkingen, waaronder slaapproblemen, niet volledig waren meegenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd, ook via beeldbellen, en dat de FML een juist beeld geeft van de beperkingen. De arbeidskundige beoordeling dat de geselecteerde functies passend zijn, wordt eveneens onderschreven. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.