ECLI:NL:CRVB:2024:2293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 62,73% in WIA-uitkeringszaak
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid op 62,73% door het UWV, stellende dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen en daarom niet geschikt is voor de geselecteerde functies.
De rechtbank Amsterdam heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarbij het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig werd beoordeeld en de door appellante overgelegde nieuwe medische informatie onvoldoende was om het oordeel te wijzigen. De geselecteerde functies werden passend geacht.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad concludeert dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en deugdelijk zijn uitgevoerd. De diagnose CVS werd niet bevestigd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, en de beperkingen van appellante rechtvaardigen geen hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigt dat de functies passend zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 62,73% correct is vastgesteld. Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de WIA-uitkering blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 62,73% en wijst het hoger beroep af.