ECLI:NL:CRVB:2024:2294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen appellant
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van vermeend duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen vanwege diverse psychische en lichamelijke aandoeningen. Het UWV voerde verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uit en concludeerde dat appellante over basale werknemersvaardigheden beschikt en ten minste vier uur per dag belastbaar is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege haar aandoeningen niet in staat is om taken uit te voeren, afspraken na te komen en dat zij niet vier uur per dag belastbaar is. Zij verwees naar medische rapporten en een hoog ziekteverzuim. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft dat appellante wel over basale werknemersvaardigheden beschikt, ook al heeft zij beperkingen die intensieve begeleiding vereisen.
De Raad benadrukte dat appellante in staat is om binnen een beschutte werkomgeving met begeleiding taken uit te voeren, zoals het invoeren van gegevens. Ook de aangenomen duurbelastbaarheid van zes uur per dag en 30 uur per week werd als juist beoordeeld. Het beroep werd afgewezen, de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante beschikt over arbeidsvermogen en wijst het hoger beroep af, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft.