ECLI:NL:CRVB:2024:2303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet-verzekerd zijn ten tijde arbeidsongeschiktheid
Appellant, die in 1989 naar Nederland kwam en kortstondig bij een uitzendbureau werkte, vroeg in 2000 een WAO-uitkering aan. Deze werd in 2001 geweigerd omdat hij op het moment van arbeidsongeschiktheid niet verzekerd was. Dit besluit werd in 2002 door de rechtbank bevestigd en is sindsdien onherroepelijk.
Appellant verzocht het Uwv meerdere malen om terug te komen op het besluit, zonder nieuwe feiten of omstandigheden aan te dragen. Het Uwv wees deze verzoeken af, waaronder het verzoek van november 2021. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv terecht vasthoudt aan het eerdere besluit, omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd. Ook is het besluit niet evident onredelijk. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het Uwv om niet terug te komen op de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.