ECLI:NL:CRVB:2024:2314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid ondanks Multiple Chemical Sensitivity
Appellant, werkzaam als medewerker vliegtuigschoonmaak, werd per 10 november 2019 geen WIA-uitkering toegekend omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Hij stelde dat zijn aandoening Multiple Chemical Sensitivity meer beperkingen oplevert dan door het UWV werd aangenomen, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep benoemde de Centrale Raad van Beroep een longarts als deskundige, die concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend zijn, maar dat hitte, koude en tocht ook vermeden moeten worden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep verwierp beperkingen op deze aspecten wegens gebrek aan medische onderbouwing.
De Raad volgde het standpunt van de verzekeringsarts en oordeelde dat de geselecteerde functies passend zijn, omdat de blootstelling aan schadelijke stoffen beperkt is en de beperkingen in de FML adequaat zijn. Het hoger beroep werd afgewezen, de weigering van de WIA-uitkering bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.